Oud-sportfotograaf Bob Friedländer (76): ‘Ik wist als eerste dat Laseroms naar Amerika ging’

0
512

Tekst: Frans Reichardt | Foto’s: Bob Friedländer, Frans Reichardt

Het had weinig gescheeld of dit interview met Bob Friedländer had nooit plaatsgevonden. Toen Hand in Hand Bob belde om een afspraak te maken voor een interview, bleek de oud-sportfotograaf kort daarvoor een hartaanval te hebben gehad. Gelukkig blijkt Bob een maand later voldoende hersteld om Hand in Hand te ontvangen.

Joodse afkomst

“Mijn ouders zijn van joodse afkomst. In 1939 zijn ze vanuit Duitsland naar Nederland gekomen, toen ze het in Duitsland fout zagen gaan. Ze gingen naar Amsterdam en daar ben ik geboren in 1942, middenin de oorlog, in het Klimophuis. Na de middelbare school ben ik in 1962 gaan werken in Berlijn. Een neef van mij had daar een fotopersbureau. Hij fotografeerde en ik ging als assistent met hem mee. Van hem leerde ik hoe je moet fotograferen. Dat vond ik leuk. Door zelf veel te fotograferen, heb ik het vak geleerd.”

Zuinig

“Ik heb geen fotografie-opleiding gehad. Later heb ik wel een schriftelijke cursus gevolgd van de Fotovakschool, maar dat stelde niet veel voor. Je kon bij wijze van spreken zonder een camera te gebruiken een foto maken. Toen moest je nog zelf je foto’s ontwikkelen, je eigen ontwikkelaar en fixeer maken, filmpjes kopen en fotopapier. Daar ging je heel zuinig mee om, want dat kostte veel geld. In die tijd wist je pas op het moment dat je je filmrolletje ging ontwikkelen of je een goeie foto gemaakt had.”

Sensatieverhalen

“Na Berlijn ging ik werken bij International Textiles, een magazine over textiel en mode. Als leerling mocht ik daar stofjes fotograferen. Daar vond ik niet veel aan. In 1966 ben ik voor mezelf begonnen. In de Jordaan had ik een fotostudiootje. Dat was wel aardig, maar ook niet heel spannend. Ik ging reportages maken voor de zondagskrant en voor Kwik. Dat waren van die sensatieverhalen. Ik maakte de foto’s en ik schreef er een verhaal bij. Ik werkte freelance en deed van alles.

Piet Bouts

Op een gegeven moment merkte ik wel dat ik sportfotografie het leukst vond. Bij de Amstel Brouwerij kende ik enkele mensen en die vroegen mij de Amstel Gold Race te doen. Ik ging mee op de motor. Ik deed ook Olympia’s Tour. Wielrennen vind ik de mooiste sport. Voor Drukkerij Grafica maakte ik alle foto’s voor het weekblad Wielersport. Grafica gaf ook het clubblad van Ajax uit en zo ben ik de huisfotograaf van Ajax geworden. De Piet Bouts van Ajax, ja. Met Piet Bouts kon ik goed opschieten. Dat was een aardige kerel. Hij maakte de foto’s voor Feyenoord en ik voor Ajax. Als hij mij zag, zei hij altijd: “Daar heb je die vervelende Amsterdammer weer”. Dat was goed bedoeld. We waren goede collega’s.”

Primeur

“In 1967 had ik een mooie primeur. Theo Laseroms speelde bij Sparta en van Co Prins, een goeie vriend van mij, hoorde ik dat Laseroms vanaf Düsseldorf naar Amerika zou vliegen om daar te praten met Pittsburgh Phantoms. Dat wist niemand. Ook bij Sparta niet. Ik zat in dat vliegtuig en stuurde de foto’s door naar De Telegraaf/Nieuws van de Dag. Die belden met Sparta. Daar zeiden ze: “Dat kan helemaal niet, Laseroms komt hier vanmiddag trainen.” Maar Laseroms kwam niet. Hij tekende een contract in Amerika en is niet meer teruggekomen bij Sparta. Ik had de primeur! Zelfs Rob Vente, een vriend van Laseroms, wist het niet. Een jaar later ging Laseroms naar Feyenoord.”

Dollen

“Vanaf 1968 kwam ik bij Feyenoord. Ik ben meegegaan naar wedstrijden voor de Europa Cup. En ik kwam elk seizoen toch zo’n vijftien keer in De Kuip. Ik heb er altijd goed kunnen werken en je werd er altijd met respect behandeld. Ik mocht mijn auto altijd parkeren binnen de hekken van het stadion, zodat je weer snel weg kon. Je werd gastvrij ontvangen in de koffiekamer. Dat was perfect. Ik voelde me er altijd welkom. Weliswaar was ik Amsterdammer en voor Ajax, maar in De Kuip kwam ik als fotograaf en dat kon ik heel goed scheiden. Natuurlijk kon ik af en toe wel dollen met die Rotterdamse suppoosten.”

Treinbrief

“Meestal kon ik bij Feyenoord maar een helft blijven, want ik moest snel terug naar Amsterdam. In die tijd moest je de foto’s die je maakte, zelf afdrukken en bij de kranten brengen. Soms bracht ik ze naar het station, dan gingen ze met de trein mee. In de tijd dat je foto’s nog niet kon overseinen, waren er in Nederland vier of vijf fotografen die gebruikmaakten van de zogeheten ‘treinbrief’. Je deed je foto-afdrukken in een speciale persdienstenvelop en die gaf je dan op het station aan de conducteur. Die moest die envelop dan afgeven op een station ergens op de route. Die conducteurs haatten dat. Die zaten al die tijd met die enveloppen. Dat waren mooie tijden.”

In scène gezet

Foto: Bob Friedländer

“Ik stond erom bekend dat ik foto’s in scène zette. Vooraf bedacht ik iets, dat zette ik dan in scene en daar maakte ik dan een foto van. Ik maakte een foto van Ernst Happel met ‘MILAN’ in chocoladeletters. En ik zette Eddy Treijtel, Coen Moulijn en Theo Laseroms bij een radio om te doen alsof ze zitten te luisteren naar de loting. Die radio was niet eens aangesloten!
Voor een voorbeschouwing op Feyenoord-Ajax vroeg ik twee mannen van de Heineken Brouwerij te poseren bij hun paarden met hoeden die ik vulde met stro. Op die hoeden plakte ik dan ‘FEIJENOORD’ en ‘AJAX’. Dat ensceneren was kenmerkend voor veel van mijn foto’s. Andere fotografen háátten dat. Dat was niet puur natuur.”

Van Hanegem

“Ik was groot fan van Cruijff. Die heb ik het meest gefotografeerd. En Van Hanegem. Die was altijd grappig. Scheidsrechter Jan Keizer keurde eens een doelpunt van Feyenoord af. Keizer knielde op het gras en wees theatraal aan waar het buitenspel was. Van Hanegem bracht de bal bij Keizer en knielde ook toen hij de bal aan Keizer gaf. Van Hanegem had een geweldig gevoel voor humor.”

Dieptepunt

“Een van mijn dieptepunten was Feyenoord-Sparta in 1971. Al vroeg in de wedstrijd scoort Feyenoord en ik maak een paar prachtige foto’s. Bingo! Dus ik ga na een kwartier al weg, snel terug naar Amsterdam om thuis de foto’s te ontwikkelen. Kom ik thuis, snel de studio in, maak ik mijn camera open, zit er geen rolletje in mijn camera! Verschrikkelijk!
Nadat we in 1980 verhuisden naar Almere werd de afstand me te groot en kwam ik niet meer in De Kuip. Ik vond het voetbal ook steeds minder leuk. Vooral bij Ajax. Zat je in De Meer op het veld, met een hek vlak achter je en daar vlak achter supporters. Kreeg je de hele tijd rotjes naar je hoofd en pis over je heen.“

Doodsteek

“Op 1 januari 2017 ben ik gestopt. Ik werkte vanaf 1966. Dat is meer dan vijftig jaar. Tot 1980 werkte ik voornamelijk in het voetbal. Toen ik daarmee was gestopt, ben ik de sfeer rond het voetbal wel gaan missen, hoor. Maar persfotografie is helemaal afgelopen. Vreselijk vind ik dat. Op alle velden zitten fotografen. Die sturen hun beelden naar van die bureaus. Dan kunnen de media zelf kijken welk beeld ze nemen. Daar betalen ze dan twee tientjes voor en daar krijgt de fotograaf een tientje van. Fotografen verdienen niks meer. Dat is de doodsteek voor de persfotografen.”

De Top 3 van Bob Friedländer

Foto: Bob Friedländer

Nr. 1. Happel lust ‘MILAN’ rauw
“In 1969 speelde Feyenoord tegen AC Milan. Ik kocht deze chocoladeletters, reed ermee naar Rotterdam en vroeg na de training aan Ernst Happel of hij met die letters op de foto wilde. Dat vond-ie prima.” – 1969

 

Foto: Bob Friedländer

 

Nr. 2 – Luisteren naar de loting
“Ik vroeg Eddy Treijtel, Coen Moulijn en Theo Laseroms om in het spelershome van Feyenoord te doen alsof ze naar de loting op de radio zaten te luisteren. De radio stond niet aan. De stekker zat niet eens in het stopcontact.” – 1969

 

Foto: Bob Friedländer

Nr. 3 – Willem interviewt Johan
“Toen Johan Cruijff een contract tekende bij Feyenoord, vroeg ik Van Hanegem om zogenaamd Cruijff te interviewen op de middenstip van De Kuip. Dat deed-ie. Links naast Willem staat journalist Willibrord Frequin.” – 1983

 

 

 

Bob Friedländer (Amsterdam, 1942) was van 1966 tot en met 2017 freelance sportfotograaf. Van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig fotografeerde hij tal van wedstrijden van Feyenoord in binnen- en buitenland. In 1970 won hij in de verkiezing voor de Zilveren Camera de eerste, tweede en derde prijs in de categorie Sport. Hij ontving de erepenning van de Gemeente Almere.


 

-Advertentie- Word lid van FSV De Feijenoorder