Het beeld van Coen

0
903

“Papa, wie is dat?”
“Dat, jongen, is de grootste Feyenoorder aller tijden.”
Even was het stil. Mijn zoontje keek met een mengeling van verbazing en bewondering naar het 1.72 meter hoge beeld. Het begrip standbeeld was voor hem als driejarige nog onbekend, want na een halve minuut staren, vroeg hij, terwijl hij voorzichtig het beeld aanraakte: “Zit die meneer erin?”

Je kunt het indoctrinatie noemen, maar ik vond het belangrijk dat mijn zoon als Feijenoordertje in de dop bij zijn eerste bezoek aan De Kuip, op een druilerige maandagochtend met een bliksemvisite aan de training, ook het standbeeld van Coen Moulijn – toen nog op een geheel verlaten voorplein – zou zien.

Inmiddels zijn we bijna acht jaar verder en gaat Ferron regelmatig mee naar thuis- en zelfs uitwedstrijden. Hij hoeft voor mij echt niet alle zaaddodende duels zonder publiek op tv te kijken, of het hele wedstrijdprogramma uit zijn hoofd te kennen. Hij hoeft niet te weten wie Liam Kelly is of later een Feyenoord-tatoeage op zijn boven- of onderarm te nemen. Maar als Feyenoord-supporter móét hij weten wie de iconen van onze club zijn. Willem van Hanegem, Gerard Meijer, Ernst Happel, IJzeren Rinus (hij zegt nooit Rinus Israël), Wim Jansen, Ove Kindvall. Hij kan de namen van weleer inmiddels moeiteloos opdreunen. Maar als allereerste zegt hij altijd: Coen Moulijn.

Je kunt discussiëren of Willem van Hanegem wellicht niet de beste Feyenoorder aller tijden is. Sommige grapjurken noemen in die context zelfs Johan Cruijff. Misschien was Robin van Persie technisch gezien wel beter. Maar de grootste Feyenoorder, dat is er echt maar één. Want Coen Moulijn heeft Feyenoord in de jaren vijftig en zestig, net na de oorlogsjaren, op de kaart gezet. Ik durf zelfs te stellen: zonder Coen Moulijn was Feyenoord nooit zo groot geworden.

Toen ik zelf nog een kind was, heb ik het tot in den treure moeten aanhoren: als Coen Moulijn op de middencirkel ging zitten klaverjassen, stroomde De Kuip al vol. Het ging in de verhalen van mijn opa, mijn oom of mijn moeder soms over Van Hanegem, die ene goal van Ove of pakweg Beertje Kreijermaat, maar àltijd over Coen Moulijn. Dat Feyenoord-supporters alleen zouden houden van spelers die hard werken en hun mouwen opstropen, is dan ook je reinste onzin. Volgens de verhalen liep heel Rotterdam-Zuid in de jaren zestig tweewekelijks uit voor een pingeldoos met een fabelachtige techniek.

Moulijn wordt vaak in één adem genoemd met zijn voormalige medespelers Henk Schouten en Cor van der Gijp, ook twee iconen uit onze historie. Ik heb de eer gehad om beide heren enige keren te interviewen. Tijdens die gesprekken ging het niet zo zeer over hun eigen carrière en de vele goals die zij hebben gemaakt in het rood en wit, het ging zeker de helft van de tijd over hun boezemvriend Coen. “Vergis je niet, jongeman”, zei Van der Gijp meerdere malen plechtig, “ik had al die doelpunten niet gemaakt zonder Coen Moulijn. Zijn voorzetten waren loepzuiver. Ik hoefde er alleen maar tegenaan te lopen.”

Wat ook bijhelpt aan zijn status als grootste Feyenoorder, is dat Moulijn na zijn overgang van Xerxes nooit meer voor een andere club uitkwam. Tussen 1955 en 1972 speelde hij maar liefst 487 wedstrijden in Feyenoord 1, waarin hij vijf landstitels won, twee KNVB Bekers, een Europa Cup I en een wereldbeker. De verhalen dat hij voor heel veel geld bij FC Barcelona kon tekenen, leken mij altijd een urban legend. Maar ik heb het laatst opgezocht en het was echt zo:

Maar ik denk dat Coen niet alleen om zijn vele wedstrijden en sportieve prestaties zo groot is geworden, maar ook vanwege zijn persoonlijkheid. Coen was bescheiden en was makkelijk benaderbaar. Hij had gewoon een kledingzaak ‘op’ Zuid, waar ik als jongetje vaak langsliep onderweg naar de trainingen van mijn amateurclub Spartaan’20. Natuurlijk gluurde ik daarbij altijd naar binnen, om een glimp op te vangen van hem. Ik baal er achteraf wel van dat ik er later nooit met mijn zoon langs ben geweest.

Toen Moulijn tien jaar geleden overleed en hij een uitvaart kreeg waarvoor wederom heel Rotterdam en omstreken was uitgelopen, zeiden een paar toenmalige collega’s dat ze het allemaal overdreven vonden. “Heb jij daar ook met een fakkel gestaan?” vroeg een zichzelf Feyenoord-supporter noemende collega spottend. Dat had ik inderdaad en ik was er trots op. Ik ergerde mij mateloos aan het commentaar. Als je dat vindt, snap je er helemaal niks van en heb je totaal geen historisch besef. Dan weet je niet hoe belangrijk Coen Moulijn voor Feyenoord, voor de stad Rotterdam, is geweest.

Waar ik ook trots op ben, is de jaarlijkse herdenking bij het standbeeld van Moulijn. Als Feyenoord-supporters komen we vaak negatief in het nieuws en zouden we een “ruw randje” hebben. Maar als we in één ding goed zijn, dan is het het eren van onze helden. Dat is nog altijd van Champions League-niveau.

Inmiddels staat het beeld niet meer op het voorplein omdat sommige figuren het nodig vonden om het te bekladden. Van standbeelden van iconen moet je afblijven, of het nu Coen Moulijn, Johan Cruijff, Bobby Haarms, Abe Lenstra of Tonny van Leeuwen is. Ik vind het persoonlijk jammer, want nu kun je niet zomaar even ‘langs Coen gaan’.

Aan de andere kant is zijn weduwe Adrie er wel blij mee. “Als ik vroeger naar huis ging, reed ik altijd langs het standbeeld van Coentje en stopte dan even. Als het hard waaide, dan wilde ik hem zo graag even een truitje aantrekken. Het is altijd zo koud op dat grote plein voor het stadion”, zei ze eens in een interview. “Coen heeft het zelf ook nooit leuk gevonden dat hij op het plein stond: ‘Heb ik al die jaren voor Feyenoord gespeeld en dan zetten ze me buiten het stadion neer’, zei hij dan. Dat vond hij echt erg.”

Als ik een gast meeneem naar een wedstrijd van Feyenoord, zoals vorig jaar een Argentijnse vriend, loop ik na afloop altijd even langs het standbeeld. Omdat iedere bezoeker van De Kuip moet weten wie Coen Moulijn is. Mijn zoon gaat dan graag met het beeld op de foto. Hij hoeft nu niet meer te vragen wie het is, hij wéét het: de grootste Feyenoorder aller tijden.

Tekst en beeld: Hand in Hand-redacteur en Staantribune-hoofdredacteur Jim Holterhuës


-Advertentie- Word lid van FSV De Feijenoorder